lager

/ˈlaɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (m) en (n) (techniek) een constructie die er voor zorgt dat verschillende delen van die constructie beter ten opzichte van elkaar kunnen bewegen door het verlagen van de wrijving
  2. drinken (n) (drinken) een ondergistende biersoort met een alcoholgehalte van 2,5%-3%

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘deel van een werktuig waarop de as steunt’ voor het eerst aangetroffen in 1908

Vertalingen

Engelsbearing
Fransroulement
Spaanscojinete, rodamiento