lagereschoolleerling

mannelijk (de)/ˌlaɣərəˈsxolerlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs, historisch (onderwijs) (historisch) (in de periode voor invoering van de basisschool) kind dat primair onderwijs volgt
    In de roman van Hermans wordt de tekst uit de eerste alinea door de onderwijzer voorgelezen aan de lagereschoolleerling Henri Osewoudt, die wij in het grootste deel van de roman op aanzienlijk latere leeftijd kunnen volgen.