lagering

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het langdurig opslaan van een vloeistof, met name van alcoholische dranken na afloop van het gistingsproces
    De brouwzaal, de gistruimte en de koude lagering is al in gebruik. "We hebben twee weken stil gelegen en dat moeten we weer inhalen, dus was het zaak om zo snel mogelijk weer te beginnen met het brouwproces", zegt Nijhof.
    Onze rum volgt als eerste en krijgt een, voor ons kenmerkende, twist: een houten jenevervat zorgt voor de lagering.’’
  2. het voorzien van een (kogel)lager bij draaiende onderdelen van een machine

Etymologie

* van lageren

Vertalingen

Engelsbearing