Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

laklaars

mannelijk/vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. schoeisel (schoeisel) glimmende, gelakte laars
    We mochten een kunstwerk vervaardigen. Op een tafel in de therapieruimte lagen scharen, waterverf, waskrijt en lijm. ‘Geef iets van jezelf weer in het werk,’ zei een blonde vrouw met een zwaar Duits accent. Ze liep tegen de vijftig, was mollig en droeg een geruite rok en rode laklaarsjes.