lakooi
mannelijk/vrouwelijk (de)/laˈkoj/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor sierplanten uit het geslacht{{ouds|1935/46
Etymologie
*via Latijn "leucoium" van "λευκόιον" (leukóion) "witte violier"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek