lambrekijn
mannelijk (de)/ˌlɑmbrəˈkɛin/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- versiering van een horizontale rand met geschulpt afhangend textielRondom hingen gordijnen, waarvan de bevestiging aan de hemel schuilging onder een lambrekijn; de zomen waren afgezet met passementen.
- (heraldiek) versiering die vanaf het helmteken om een wapenschild afhangtHet wapen van dat dorp, een ossehoofd keel op veld argent, met helm en lambrekijn, verscheen in huis op menig voorwerp aangebracht.
- (bouwkunde) versiering van een horizontale rand met in steen of gips nagebootst geschulpt afhangend textielHier heeft het zolderraam een geschulpte bovenrand en een lambrekijn, zoals ook te zien is bij Nieuwestad 156 (1756).
Etymologie
*van "lambrequin"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek