Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

lameer

vrouwelijk (de)/lΙ‘Λˆmeːr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (Zuidnederlands) een vrouw die haar tijd verdoet met kletsen
    Die lameer stopt nooit met praten.

Etymologie

*Ofwel ontleend aan het Franse la mère (de moeder), ofwel afgeleid van het werkwoord lameren.