lamfer
onzijdig (het)/ˈlɑɱfər/
Wat is de betekenis van lamfer?
lamfer betekent: (materiaalkunde) doorschijnend weefsel van textiel in effenbinding
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (materiaalkunde) doorschijnend weefsel van textiel in effenbinding
- (figuurlijk) rouwsluier
zelfstandig naamwoord
- (kleding) (historisch) van hoofddeksel afhangende doek of sluier van fijn weefsel
Voorbeelden van "lamfer" in een zin
- … Febus 't hooft verschuilende in zwart lakenEn lamfer, hoort zyn as en kopren dissel kraekenVan 't stormgewelt. …
- ‘Onder het lamfer,’ placht hij te zeggen, ‘behoort een gezicht van Jean qui pleure et Jean qui rit. Voor ieder die gaat en die blijft, de helft.’
- Vanaf de late 13de en vooral in de 14de eeuw werd de kaproen opgenomen in de garderobe van de adel. Uiteraard onderging ze onmiddellijk allerlei verfraaiingen. Allereerst werd kostbare textiel, zoals fijn laken en fluweel gebruikt voor de vervaardiging ervan. Het manteltje en de kap namen vervolgens in omvang toe en de punt van de kap, de lamfer, werd steeds langer en kon zelfs tot de grond reiken.
- De figuur draagt een blauw hoofddeksel met afhangende doek (lamfer) en een wijde geplooide beige mantel die rood gevoerd is.
Etymologie
*van Middelnederlands "lamfeter" en "lampers", mogelijk teruggaand op "lampas" "bepaald weefsel van zijde"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek