lammeling

mannelijk (de)/ˈlɑməˌlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheldwoord (scheldwoord) waardeloos, lui en/of slecht persoon
    Edgar heeft een broer die van ons geld heeft en 2 bioscopen in Berlijn. Die heeft hij verkocht in de herfst en in plaats van ons 't geld terug te geven, heeft de lammeling een bios in Düsseldorf gekocht voor dat hele geld.

Etymologie

*afgeleid van lam