lamp

mannelijk/vrouwelijk (de)/lɑmp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) een voorwerp gemaakt om licht te geven, meestal bestaand uit een lichtbron en een armatuur [2]
    Hij probeerde de lamp aan te zetten, maar de stroom was uitgeschakeld.
  2. elektronica, verouderd (elektronica) (verouderd) radiobuis

Etymologie

*van "lampe", in de betekenis van ‘tot verlichting dienend voorwerp’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Uitdrukkingen

  • De lamp hangt scheef.Het geld is op
  • Geen olie meer in de lamp hebbenGeen geld meer hebben/Ernstig of terminaal ziek zijn
  • Tegen de lamp lopenBetrapt worden terwijl men iets verbodens doetDe vergelijking wordt gemaakt met een inbreker die in een donkere ruimte tegen een lamp aan loopt

Vertalingen

Engelslamp
Franslampe
DuitsLampe
Spaanslámpara
Turkslamba
Poolslampa