landbevolking
vrouwelijk (de)/ˈlɑndbəˌvɔlkɪŋ/
Wat is de betekenis van landbevolking?
landbevolking betekent: inwoners van agrarische gebieden
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- inwoners van agrarische gebieden
Voorbeelden van "landbevolking" in een zin
- Het landje-pik heeft Mugabe niet gevrijwaard van een halve nederlaag, maar hij heeft dankzij het opzetten van de landbevolking tegen blanke grootgrondbezitters vermoedelijk wel zijn regime kunnen prolongeren.
- Het waren de conservatieve bolwerken binnen de samenleving die zich na 1871 tegen opname en gelijkstelling van de joodse medeburgers verzetten; dezelfde bolwerken dus die ook de moderne liberale burgerstaat afwezen: de agrarische streken, adellijke grondbezitters, landbevolking en kerkelijke kringen en in de steden kleinere middenstanders en ambachtslieden.
Veelgestelde vragen over landbevolking
Wat is de betekenis van landbevolking?
landbevolking betekent: inwoners van agrarische gebieden
Welk woordgeslacht heeft landbevolking?
landbevolking is een vrouwelijk (de).
Wat zijn synoniemen van landbevolking?
Synoniemen van landbevolking zijn: plattelandsbevolking.
Hoe gebruik je landbevolking in een zin?
Voorbeeld: “Het landje-pik heeft Mugabe niet gevrijwaard van een halve nederlaag, maar hij heeft dankzij het opzetten van de landbevolking tegen blanke grootgrondbezitters vermoedelijk wel zijn regime kunnen prolongeren.”
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek