Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

landplanten

/ˈlɑntplɑntə(n)/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een onderrijk van planten waarbij de individuele planten uitgroeien vanuit een embryo. Het gaat om de landplanten, dus ruwweg de mossen en zaadplanten (waaronder de varens)
    Roodwieren, algen, landplanten en een groep eencellige buitenbeentjes (de glaucophyten) dragen allemaal bladgroenkorrels in hun cellen.

Etymologie

*landplant met uitgang -en