lantaarn
mannelijk/vrouwelijk (de)/lɑnˈtarᵊn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- constructie van glas en metaal of hout, zodat wind en regen geen vat op een brandende lichtbron hebbenDe lantaarn in de straat.
- (bouwkunde) bovenste open geleding(en) van een toren, vaak achtkantigDeze toren had een spits van lei en waarschijnlijk ook lood en wellicht ook een kleine lantaarn.[http://www.bavo.nl/bladen/bouw.php bavo.nl]
Etymologie
*via Middelnederlands "lanterne" en "lanterne" van Latijn "lanterna"; in de betekenis van ‘verlichtingstoestel’ aangetroffen vanaf 1240
Vertalingen
Engelslantern
Franslanterne
DuitsLaterne, Laterne
Spaansfarol, linterna
Turksfener, lamba
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek