lantaarnopsteker
mannelijk (de)/lɑnˈtarnɔpstekər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- persoon die straatlantarens aansteektEr kwam een lantaarnopsteker aan, want telkens pifte een lichtje op in de lange rij lantaarns voor hem.
- iets waarmee men straatlantarens kan aansteken
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek