Lappen

/ˈlɑpə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, techniek, textiel (ov), (techniek), (textiel): een of meer lappen in of op iets zetten (m.n. van kleding)
    Kun je die broek lappen?
  2. ov, informeel (ov), (informeel) klaarspelen
    Eindelijk, we hebben het dan toch gelapt!
  3. ov, pejoratief (ov), (pejoratief) iemand iets vervelends aandoen
    Lap me dat niet nog een keer!

Etymologie

*: "lap" met de uitgang -en en verdubbeling van de p volgens spellingregel 2.B

Uitdrukkingen

  • De broek lappen en het garen toegevenEen dienst verlenen die in verhouding tot de opbrengst erg veel tijd en/of geld kost, of waar je uitsluitend verlies op maakt