lapsus
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het laten vallen van een steek, bijvoorbeeld doordat men iets vergeten heeft.Wij waren de lapsussen van de voorzitter meer dan beu.
Etymologie
*Uit het Latijnse lāpsus (zondeval)
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek