lapzalf

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlɑpsɑlᵊf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. middeltje dat een kwaal moet verzachten door het op de huid te smeren, maar waarvan de geneeskrachtige werking wordt betwijfeld
    Maar oma zette een gezicht op, als vond ze het allemaal maar lapzalf.