larve

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlɑrvə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dierkunde (dierkunde) jeugdstadium van de meeste insecten en veel amfibieën
    Ik ritste mijn tent weer open en scheen met mijn hoofdlamp onder mijn tentzeil. Daar zag ik tot mijn verbazing duizenden termieten die in lange colonnes hun larven aan het evacueren waren vanwege mijn aanwezigheid.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bij dieren met gedaanteverwisseling de vorm waarmee het dier het ei verlaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1580

Vertalingen

Engelslarva, grub
Franslarve
DuitsLarve
Spaanslarva
Portugeeslarva
Turkskurtçuk
Poolslarwa