laten
/ˈlatə(n)/
Wat is de betekenis van laten?
laten betekent: (auxl) maakt een causatief uit een ergatief werkwoord: veroorzaken dat het gebeurt
Betekenis
werkwoord
- (auxl) maakt een causatief uit een ergatief werkwoord: veroorzaken dat het gebeurt
- (auxl) maakt een causatief uit een ergatief werkwoord: toestaan dat iets gebeurt
- (ov) het niet doen
- (ov) er niets aan veranderen
- (ov) van zich laten gaan
- (ov) vertrekken zonder hem mee te nemen
- aansporing om iets te doen
Voorbeelden van "laten" in een zin
- Hij liet zijn auto repareren.
- Ondanks dat er honderd redenen zijn waarom iets niet kan of onhandig is, liet deze doodgewone familie uit Yorkshire zien dat het wel gewoon kan.
- Hij liet de boter smelten.
- Vaak wisselde ik van sokken tijdens rustpauzes om mijn voeten in zon en wind te laten drogen.
- Laat dat!
Etymologie
:Romaans: Latijn: lassō, : laisser, (: lesser, laisier)
Uitdrukkingen
- aan het hart laten komen
- in de steek laten
- Laat uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet. — als je een ander geld geeft kun je dat beter stilhouden want anderen hoeven het niet te weten
- Laten we elkaar geen mietje noemen — laten we precies zeggen hoe we denken over de ander
- Alle hoop de bodem in (laten) slaan — door iets geen enkele hoop meer (laten) hebben
- De beste breister laat wel eens een steek vallen. — ook diegene die het kundigst is maakt fouten
- De kerk in het midden laten — Bij een meningsverschil geven beide personen wat toe om het eens te worden
- De kogel door de kerk laten gaan — De beslissing nemen
Vertalingen
Engelshave, let, leave
Franslaisser, laisser, laisser
Duitslassen, lassen, lassen
Spaansdejar, dejar, dejar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek