lebmaag

mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de vierde maag van een herkauwer, zoals een rund
    Stremsel wordt gewonnen uit de lebmaag van een kalf.

Vertalingen

Engelsabomasum, rennet-stomach
Franscaillette
DuitsLabmagen, Käsemagen
Spaanscuajar
Italiaansabomaso
Portugeescoalheira
Zweedslöpmage