Lede

vrouwelijk (de)/ˈledΙ™/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd (verouderd) gegraven waterloop

Etymologie

*: "leed" met de uitgang -e

Uitdrukkingen

  • Iets met lede ogen aanzien β€” jaloers zijn, iets met spijt aanzien