leden
Wat is de betekenis van leden?
leden betekent: meervoud van het zelfstandig naamwoord lid
Betekenis
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lid
- meervoud verleden tijd van lijden
- voltooid deelwoord van lijden
Voorbeelden van "leden" in een zin
- 'Het getal vier is een prettig getal geworden sinds het gezin uit vier leden bestaat', schrijft Anna Enquist in haar roman Contrapunt.
- Toernooien werden soms door vorsten georganiseerd, maar meestal door leden van de hoge adel (de baronnen) die zich op deze manier verzekerden van status en invloed.
- Wij leden.
- Jullie leden.
Betekenis en uitleg van leden
Het woord 'leden' verwijst naar de afzonderlijke delen van een lichaam, zoals armen en benen, maar kan ook gebruikt worden om mensen aan te duiden die deel uitmaken van een groep of organisatie. Het is een veelzijdig woord dat in verschillende contexten voorkomt.
Je gebruikt 'leden' vaak wanneer je praat over een club, vereniging of andere groeperingen. Het kan ook verwijzen naar de fysieke ledematen van een persoon, zoals in medische of anatomische discussies. De nuance hangt af van de context: in een sociale setting benadrukt het samenhorigheid, terwijl het in een medische context een meer technische betekenis heeft.
Voorbeelden
- De vereniging heeft meer dan honderd leden die actief deelnemen aan de activiteiten.
- Na het sporten voelde hij pijn in zijn leden, vooral in zijn knieën en enkels.
- De leden van het team kwamen samen om de strategie voor de volgende wedstrijd te bespreken.
Woordoorsprong
Het woord 'leden' komt van het Oudnederlandse 'ledem', dat verwant is aan het Duitse 'Glied', wat ook 'lid' of 'deel' betekent.
Veelgestelde vragen over leden
Wat is de betekenis van leden?
leden betekent: meervoud van het zelfstandig naamwoord lid
Hoeveel betekenissen heeft leden?
leden heeft 3 verschillende betekenissen in het Nederlands. Zie hierboven voor alle definities.
Hoe gebruik je leden in een zin?
Voorbeeld: “'Het getal vier is een prettig getal geworden sinds het gezin uit vier leden bestaat', schrijft Anna Enquist in haar roman Contrapunt.”