leefbaarheid
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iets leefbaar is; de mate waarin je ergens prettig kunt wonenWethouder Van Doorninck noemt de uitspraak heel goed nieuws voor bewoners. "De leefbaarheid van hun straat wordt beschermd."
Etymologie
* afgeleid van leefbaar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek