leenwoord

onzijdig (het)/ˈlenʋɔːrt/

Wat is de betekenis van leenwoord?

leenwoord betekent: (taalkunde) een woord dat door een taal uit een andere taal overgenomen is

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde (taalkunde) een woord dat door een taal uit een andere taal overgenomen is

Voorbeelden van "leenwoord" in een zin

  • Het zelfstandige naamwoord download is een leenwoord uit het Engels.

Betekenis en uitleg van leenwoord

Een leenwoord is een woord dat uit een andere taal is overgenomen en in de eigen taal is geïntegreerd. Dit gebeurt vaak wanneer er geen passend woord in de eigen taal bestaat, waardoor de nieuwe term een waardevolle aanvulling vormt op de vocabulaire.

Leenwoorden komen veel voor in het Nederlands, vooral als gevolg van historische contacten met andere culturen en talen. Denk hierbij aan woorden uit het Frans, Engels of Duits, die vaak in specifieke contexten gebruikt worden, zoals in de mode of technologie. Het gebruik van leenwoorden kan ook een bepaalde nuance of sfeer aan een gesprek geven, afhankelijk van de taal van herkomst.

Voorbeelden

  • Het woord 'computer' is een leenwoord dat we uit het Engels hebben overgenomen.
  • In de mode zien we vaak Franse leenwoorden terug, zoals 'chic' en 'couture'.
  • Met de opkomst van het internet zijn veel Engelse leenwoorden, zoals 'downloaden', in het dagelijks taalgebruik gekomen.

Woordoorsprong

Het woord 'leenwoord' is samengesteld uit 'leen', wat verwijst naar het overnemen, en 'woord', dat de basisvorm van een taal aanduidt. Het idee van lenen in taal is vergelijkbaar met het lenen van goederen tussen mensen.

Veelgestelde vragen over leenwoord

Wat is de betekenis van leenwoord?

leenwoord betekent: (taalkunde) een woord dat door een taal uit een andere taal overgenomen is

Welk woordgeslacht heeft leenwoord?

leenwoord is een onzijdig (het).

Wat zijn synoniemen van leenwoord?

Synoniemen van leenwoord zijn: ontlening.

Hoe gebruik je leenwoord in een zin?

Voorbeeld: “Het zelfstandige naamwoord download is een leenwoord uit het Engels.

Etymologie

*Leenvertaling uit Duits Lehnwort; .

Vertalingen

Engelsloanword
Fransemprunt
DuitsLehnwort
Spaanspréstamo lingüístico, préstamo
Italiaansprestito
Portugeesempréstimo
Russischзаи́мствование
Japans借用後
Poolszapożyczenie
Zweedslånord