leer

/ler/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (n) stof vervaardigd door het looien van een dierenhuid.
    Ik liet mijn vingers over het leer van het notitieboek glijden en groef in mijn geheugen.
  2. (m) theorie, doctrine
  3. (m)/(f) ladder

Etymologie

* In de betekenis van ‘stof uit dierenhuiden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Uitdrukkingen

  • in de leer gaanopgeleid worden voor een vak of beroep
  • in de leer doeniemand bij een ambachtsman een vak laten leren

Vertalingen

Engelsleather, lore, theory
Franscuir, doctrine, théorie
DuitsLeder, Lehre
Spaanscuero, doctrina