leer
/ler/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (n) stof vervaardigd door het looien van een dierenhuid.Ik liet mijn vingers over het leer van het notitieboek glijden en groef in mijn geheugen.
- (m) theorie, doctrine
- (m)/(f) ladder
Etymologie
* In de betekenis van ‘stof uit dierenhuiden’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Uitdrukkingen
- in de leer gaan — opgeleid worden voor een vak of beroep
- in de leer doen — iemand bij een ambachtsman een vak laten leren
Vertalingen
Engelsleather, lore, theory
Franscuir, doctrine, théorie
DuitsLeder, Lehre
Spaanscuero, doctrina
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek