leesglas
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- vergrootglas dat men kan gebruiken voor het lezen van (te) kleine lettersKort daarop kon men de jongen alleen nog zien met behulp van een leesglas. Zowel Maria als Jaap hadden elk een leesglas om het kind zo lang mogelijk te volgen bij zijn spel en studie. NRC (1968-1969)– [tijdschrift] Hollands Maandblad [https://www.dbnl.org/tekst/_hol006196901_01/_hol006196901_01_0019.php Pop- en op-mutaties Jos Ruting]
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek