leeuwenbek
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een plantengeslacht uit de weegbreefamilie () waarvan de bloemen lijken op de muil van een leeuwIn de oostelijke Pyreneeën groeien gele en rozerode leeuwenbekjes (Antirrhinum majus), maar oranjebloemige varianten zie je er nauwelijks.NRC 19 augustus 2006Regen slaat neer op haar boek als Elja van Dongen zoekt of de bloem waarnaast ze gehurkt zit de kale jonker of de kruldistel is. 'Voelen, kijken, ruiken, vergelijken - soms zelf proeven', zegt ze, 'dat komt er allemaal bij kijken.'Terwijl boven het gezelschap een aalscholver langswiekt en de gids overeind komt ('De kale jonker, inderdaad'), gaat de vrouw van het vakantiespellenboek onverdroten verder: 'Berenklauw, wolfspoot, leeuwenbek, zwanebloem...'Volkskrant Stijn Aerden fotografie Guus Dubbelman 23 september 2000
Vertalingen
Engelssnapdragon
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek