legaat

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. officier bij de oude Romeinen
  2. pauselijk gezant
zelfstandig naamwoord
  1. testamentaire beschikking waarbij de erflater aan een persoon bepaalde goederen nalaat
  2. de goederen in die beschikking genoemd

Etymologie

* [B] Middelnederlands legaet, leenwoord uit Latijn lēgātum (n).

Vertalingen

Engelslegate, bequest, devise
Franslégat, legs
DuitsLegat, Vermächtnis, Legat
Spaanslegado, legado papal, legado
Italiaanslegato
Poolszapis