legger

mannelijk (de)/ˈlɛɣər/

Wat is de betekenis van legger?

legger betekent: persoon die iets plaatst

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. persoon die iets plaatst
  2. beroep, verouderd (beroep) (verouderd) iemand die in een papierfabriek de geperste vellen tussen de vilten weghaalt en recht op elkaar stapelt
  3. vogel die eieren voortbrengt
  4. plank in een kast
  5. voorwerp waar andere voorwerpen op kunnen rusten
  6. voorwerp dat de bovenkant van schrijftafel beschermt
  7. verkeer (verkeer) plat soort aanhangwagen met weinig opbouw die door een vrachtauto kan worden getrokken
  8. techniek (techniek) (boekdrukkunst) bekleding van de degel of van de drukcilinder met papier, karton, vilt of rubberdoek zodat het te bedrukken papier niet te hard tegen het zetsel wordt gedrukt
  9. techniek (techniek) (boekdrukkunst) ondersteuning voor elk van de uiteinden van de as van de inktrol
  10. langwerpig voorwerp van hard stijf materiaal dat horizontaal blijft liggen, balk, ligger
  11. bouwkunde (bouwkunde) horizontale balk evenwijdig met de zijmuren, vaak ter ondersteuning van een vloer
  12. bouwkunde (bouwkunde) ondersteuning van een brugdek
  13. sport (sport) (turnen) een van de twee steunen van de brug, een bepaald turntoestel
  14. voetbal (voetbal) lat, horizontale bovenkant van een doel
  15. scheepvaart (scheepvaart) onderdeel van de scheepsbodem
  16. scheepvaart, verouderd (scheepvaart) (verouderd) loopplank die kan worden uitgelegd als verbinding tussen wal en schip
  17. spoorwegen, verouderd (spoorwegen) (verouderd) dwarsligger, balk waarop de spoorstaven rusten
  18. oenologie (oenologie) horizontale zijtak van een wijnrank
  19. scheepvaart (scheepvaart) soort vaartuig dat op een bepaalde plaats is afgemeerd als platform of opslagruimte
  20. molenaarsambacht (molenaarsambacht) onderste maalsteen in een molen
  21. informatie die op een vaste plaats wordt bewaard
  22. dossier, verzamelmap binnen een archief
  23. registratie die een basis voor verdere werkzaamheden vormt
  24. overzicht van vindplaatsen van woorden voor het maken van een woordenboek
  25. openbaar register
  26. bewaard origineel dat als basis dient voor kopieën
  27. tekstkritiek (tekstkritiek) oorspronkelijke middeleeuwse tekst, die door overschrijven werd vermenigvuldigd
  28. tekstkritiek (tekstkritiek) eerdere editie die wordt gebruikt als basis voor een nieuwe editie van een publicatie
  29. oorspronkelijke land- of zeekaart
  30. figuurlijk (figuurlijk) stramien, voorbeeld
  31. verouderd (verouderd) oorspronkelijke standaardmaat of -gewicht zoals bewaard om de gewoonlijk gebruikte maten en gewichten aan te ijken
  32. diergeneeskunde (diergeneeskunde) zwelling op de op het voorbeen van een getemde dieren aan de achterkant van de elleboog; ontstaat tijdens het rusten door voortdurende druk van een zeer harde ondergrond (en bij paarden ook: druk van de hoefijzers aan het achterbeen)
  33. verouderd (verouderd) groot vat voor drinkwater of wijn, dat gewoonlijk in het ruim van een schip bleef liggen
  34. als vloeistofmaat tussen de 400 en 920 liter (precieze waarde plaats- en tijdgebonden)
  35. verouderd, beroep (verouderd) (beroep) iemand die als deel van zijn werk ergens langere tijd moet verblijven
  36. scheepvaart (scheepvaart) iemand die als bewaker op een afgemeerd schip woont
  37. iemand die langere tijd in een vreemde plaatse woont om zaken te doen
  38. verouderd (verouderd) (slacht) baarmoeder van een koe

Voorbeelden van "legger" in een zin

  • Een andere meevaller was gisteren Görtzen, die tegen de Italianen weinig gelukkige momenten kende als passer en links- of rechtsbuiten, maar kennelijk toch als potentieel topspeler werd herkend door Arie Selinger. De legger van het fundament voor het moderne Nederlandse volleybal kwam tenminste informeren waar de sterke Limburger, voor dit seizoen door Alcom/Capelle overgenomen uit de boedel van VCG, speelt.
  • De veiligheidsdienst van het concern zou de directie geadviseerd hebben de melding serieus te nemen. Een van de overwegingen bij die beslissing was dat tussen het tijdstip van melding en explosie iets meer dan een uur zat: de legger van de bom zou daarmee kunnen hebben aangegeven dat hij niet het winkelend publiek en het personeel als doel had, maar de vestiging zelf.
  • Na dit persen werd het papier door den bij fig. 3 afgebeelden ‘legger’ uit de vilten gehaald en zuiver haaks op elkaar gelegd, terwijl de vilten weder onder bereik van den koetser werden gebracht.
  • De Groninger Meeuw, een "heel aardige legger", is verwant aan het Friese Pelhoender en de Oostfriese Meeuw.
  • Sommige onderkasten hebben slechts een enkele legger in het midden, plus de kastbodem als afzetruimte.

Etymologie

*van ; op te vatten als afleiding van zowel "leggen" als "liggen"