legitimiteitscrisis

vrouwelijk (de)/ˌleɣiˌtimiˈtɛitskrɪsɪs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. situatie waarin bepaald gezag sterk verminderd is of veel mensen een heersende opvatting niet langer aanvaarden
    De premier erkende dat er veel onvrede bestaat over het tempo van de ontwikkelingen in de EU. (…) De Kamer moet zijn eigen verantwoordelijkheid nemen en een stevig debat voeren over de legitimiteitscrisis.