Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
lekkerkoek
mannelijk (de)/ˈlɛkərˌkuk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (kookkunst) bepaald soort peperkoek, gemaakt van roggemeel, suiker en specerijenHij riep de dikke waardin bij zich, klapte haar schertsend op de kloeke heup, bestelde een fles witte wijn met lekkerkoek, juichend dat hij heden afscheid nam van 't jonkmansleven.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek