lener

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die iets van iemand anders leent
    Steeds meer bibliotheken stoppen met het opleggen van boetes als boeken, cd's of ander materiaal niet tijdig worden teruggebracht. Naar schatting een derde van de leners in Nederland hoeft al geen boete meer te betalen.Tubantia Jan Ankoné 12-06-2017
    Over het algemeen is de hypotheekmarkt gezond, maar een deel van de leners heeft nog steeds een risicovol profiel. Dertien procent betaalt meer dan 40 procent van zijn inkomen af aan de hypotheek; bij acht procent is dat zelfs meer dan de helft.De Standaard 23/06/2017 gdc
    En daarom zijn de naïeve leners van nu altijd weer de sukkels van morgen. Word wakker lener! Kijk naar financiële struisvogels als Italië en Griekenland. Jarenlang leken ze te genieten en te floreren, maar bij tegenwind exploderen de leninglasten, zak je diep in het rood en wringen geldgevers je uit. Steeds meer leners zullen voelen wat spaarders altijd al hebben geweten: wie leent, is een eend. Erica Verdegaal 12 november 2011
  2. iemand die iets aan iemand anders leent (veel zeldzamer dan betekenis 1)

Etymologie

* van lenen

Vertalingen

Engelsborrower, lender
Fransemprunteur, prêteur
DuitsDarlehensnehmer, Entleiher, Darlehensgeber
Spaansprestatario, prestador
Italiaanscomodatario, mutuatario, prestatore
Portugeesemprestador
Japans借り手, 貸手
Zweedslåntagare, långivare