Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.

lepelschelpen

/plaatshouder taxonomie/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tweekleppigen (tweekleppigen) een familie van tweekleppigen uit de orde . Het zijn dunschalige, ovale schelpen die aan de achterzijde gapen en afgeknot zijn. De schelpen zijn ongelijkkleppig: de rechterklep is boller dan de linkerklep. De toppen zijn vaak iets gespleten. De binnenzijde is soms licht parelmoerachtig. Het slot vertoont geen tanden

Etymologie

* "lepelschelp" met de uitgang -en