lesniveau

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. onderwijs (onderwijs) moeilijkheidsgraad van een les of cursus
    Samsom publiceerde zaterdag het essay De Nieuwe School. Daarin doet hij uit de doeken hoe het onderwijs er in de toekomst in Nederland uit moet zien. Zo moeten leerkrachten meer tijd krijgen om lessen voor te bereiden en kinderen zouden vanaf hun tweede al spelenderwijs moeten leren. De basisschool zou meer lesuren moeten kunnen geven en op de middelbare scholen moeten meerdere lesniveaus worden aangeboden. De Telegraaf 09 mei 2016 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/415749/pvd-a-moet-niet-schrijven-maar-plan-indienen 'PvdA moet niet schrijven, maar plan indienen']
    Maar het lesniveau was tenminste hoger, Bruggemann werd op zijn verantwoordelijkheid aangesproken, kreeg meer zelfvertrouwen en sociale contacten. Het Parool 25 MAART 2009 [https://www.parool.nl/binnenland/hoger-lesniveau-helpt-bij-handicap~a231462/ Hoger lesniveau helpt bij handicap]
  2. de dagelijkse praktijk van het lesgeven
    De woorden van de Engelse schoolleider doen mij de vraag stellen of dit type inzichten nu merkbaar hebben doorgewerkt op lesniveau. We hebben elkaar binnen en buiten school nodig om én op visieniveau én op praktisch niveau verder te komen. Reformatorisch Dagblad 02-09-2011 [https://www.rd.nl/opinie/verder-met-christelijke-onderwijsvisie-%C3%A9n-vertaling-naar-de-praktijk-1.630041 Verder met christelijke onderwijsvisie én vertaling naar de praktijk]