lethargie
vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een toestand van geestelijke ongevoeligheidZij had erg last van lethargie.
- (medisch) een ziekelijke slaapzuchtHij ontwaakte uit de lethargie.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘geestelijke ongevoeligheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1882
Vertalingen
Engelslethargy, lethargy
Fransléthargie, léthargie
DuitsLethargie, Lethargie
Spaansapatía, letargo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek