leuning

vrouwelijk (de)/ˈlønɪŋ/

Wat is de betekenis van leuning?

leuning betekent: iets waartegen men aan kan leunen

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets waartegen men aan kan leunen
  2. de achterkant van een stoel

Voorbeelden van "leuning" in een zin

  • Gelukkig kon hij de trap op door zich vast te houden aan de leuning.
  • De leuning van de stoel ontbrak, dus kon ik niet naar achteren leunen.

Etymologie

* van leunen .

Vertalingen

DuitsGeländer, Lehne, Stuhllehne
Spaansantepecho, balaustrada, baranda