leuterpraat
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- onzinnig gepraat, nonsens, gezwamDeze vraag kán ook beantwoord worden, maar zeer zeker niet met oppervlakkige rationalistische argumentatie of intellectuele leuterpraat.Westers bewustzijn, oosters inzicht. {{Aut| Carl Gustav Jung, Pety de Vries-Ek, Annelies Hazenberg
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek