woorden
boek
Start
›
L
›
levensblijheid
levensblijheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
het plezier dat men beleeft aan het in leven zijn
Etymologie
* afleiding van levensblij
Synoniemen
joie de vivre
levensvreugde
Bron:
OpenTaal
&
WikiWoordenboek
← levensblij
levensbloed →