levenslust
mannelijk (de)/ˈlevə(n)sˌlʏst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zin in het leven
- goed gezind zijn
- een goed humeur hebben
Vertalingen
Engelsjoy of life
Fransenvie de vivre, joie de vivre
DuitsLebensfreude, Lebenslust
Spaansgoce del vivir
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek