levenslust

mannelijk (de)/ˈlevə(n)sˌlʏst/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zin in het leven
  2. goed gezind zijn
  3. een goed humeur hebben

Vertalingen

Engelsjoy of life
Fransenvie de vivre, joie de vivre
DuitsLebensfreude, Lebenslust
Spaansgoce del vivir