levensvatbaarheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het kunnen gaan levenOm de levensvatbaarheid te testen stootte ik met mijn pink tegen het poppenhandje.
- het kunnen gaan bestaanVorige week kondigde Netanyahu al de bouw van twee andere nieuwe nederzettingen aan. De Europese Unie riep Israël toen op die plannen te heroverwegen, omdat ze "de levensvatbaarheid van een tweestatenoplossing" zouden bedreigen. En Nederland zegt "bezorgd" te zijn over de Israëlische voornemens. Volgens het internationaal recht zijn de nederzettingen illegaal.
Etymologie
*afgeleid van levensvatbaar
Vertalingen
Engelsgrowing-power, vital force, viability
Spaansviabilidad
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek