libido
onzijdig (het)/'libido/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (medisch) (seksualiteit) geslachtsdriftEr wordt gezegd dat eieren het libido verhogen.
- (psychologie) In de jungiaanse psychoanalyse is libido geen fysische maar psychische energie
Etymologie
* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘geslachtsdrift’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1915
Vertalingen
Engelslibido
Franslibido
DuitsLibido, Geschlechtstrieb
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek