lichtekooi

vrouwelijk (de)/ˈlɪxtəˌkoj/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) vrouw die tegen betaling seks met mannen heeft
    Prostituees werden in de middeleeuwen vaak onderworpen aan kledingvoorschriften. De kleuren waren tekenend: ‘Rood, de kleur van het vleselijke, was een van de mogelijkheden, geel komt ook nogal eens voor.’45 Maar dat de bejaarde lichtekooi zichzelf afficheerde door tekens op te spelden kan uit het ‘Bonenlied’ niet worden afgeleid.
  2. seksualiteit, scheldwoord, spottend (seksualiteit) (scheldwoord) (spottend) vrouw die met veel mannen seks heeft
    Ik twijfel er geen seconde aan dat Ronaldo dat promomeisje in Las Vegas heeft gepromoveerd tot sletje voor de nacht. (…) Nee, er zijn geen verzachtende omstandigheden voor Cristiano Ronaldo. Ook van lichtekooien blijf je af, tenzij ze er zelf om vragen.

Etymologie

* of , in de betekenis van ‘hoer’ voor het eerst aangetroffen in 1635