lichtheid
vrouwelijk (de)/ˈlɪxthɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het niet zwaar zijn; niet al te serieus zijnDe grote angst: een bloedserieus, gladgestreken interview. En dus gaat het met een heerlijke lichtheid, zonder dat het leeg wordt. Wortel, over een platgedrukt en verkleurd stukje gras waar ooit een tent stond: "Dit past bij het mens-zijn. Want je laat iets achter, maar heel tijdelijk. Er komt straks iemand anders, die zet zijn tent eroverheen en dan is het vergeten." Den Besten: "Het leven is een camping." Het Parool HAN LIPS 28 JULI 2017 [https://www.parool.nl/kunst-en-media/aan-tafel-bij-olijke-tim-als-een-opstapje-naar-het-grote-werk~a4508558/ Aan tafel bij olijke Tim als een opstapje naar het grote werk]Laroes sluit zich daarbij aan. "Er is al veel lichtheid, dat moet je aanvullen met serieuze journalistiek. Het is te prijzen dat Radio 1 wil experimenteren met nieuwe vormen, maar dat mag niet ten koste gaan van programma's die zich hebben bewezen." Het Parool JOEP SCHOOL 16 JUNI 2017 [https://www.parool.nl/kunst-en-media/vriend-en-vijand-in-de-bres-voor-luizen-in-de-pels~a4501179/ Vriend en vijand in de bres voor 'luizen in de pels']
Etymologie
* afleiding van licht
Vertalingen
Engelsairiness, lightness, light-strength tobacco
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek