lidkaart
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈlɪtkart/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- klein rechthoekig document van stevig materiaal waarmee iemand kan aantonen dat hij bij een organisatie hoortZe werden heel boos toen ze op mijn identiteitskaart zagen dat ik christen ben, en helemaal toen ze mijn lidkaart vonden van de socialistische volkspartij.
Etymologie
*, leenvertaling van "carte de membstere"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek