liflaf
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een smakelijk maar weinig voedzaam gerechtjeKerst is voor veel mensen de tijd van overdadig eten - dat is nu eenmaal de traditie. En omdat we hard op weg zijn naar de appelflappen en oliebollen, beperken sommige huishoudens zich momenteel tot kliekjes en liflafjes.NRC Ewoud Sanders 29 december 2014
- een aardig maar overbodig ietsDe musici brachten het er, na slechts een week repeteren, prima vanaf. Maar het programma was divers en ontbeerde artistieke eenheid: licht verteerbare klassieke liflafjes van Berlioz, Britten, Strauss en Stravinsky stonden naast nieuwe werken en een didgeridoo solo.NRC Jochem Valkenburg 21 maart 2011
Etymologie
* In de betekenis van ‘flauwe kost’ voor het eerst aangetroffen in 1793
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek