lijboord

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het van de wind afgekeerde scheepsboord
    ‘Nou...’ mengde de officier zich in 't gesprek, en een tijdje aandachtig lettend het langs laag neergedrukt lijboord voorbij-suizelend water... ‘vijf en een half is toch niet te veel geschat.’

Vertalingen

Engelsleeside