lijfgoed
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kleding die men direct op de huid draagtVanochtend kwam de boer al om lijfgoed, servies en meubilair op te halen, zoveel dat ik vrees dat wij tot en met het zomerkwartier in Koudum zullen blijven, zonder onderbreking.Nooit eerder trok een expositie zoveel bezoekers als die over lingerie en lijfgoed, de afgelopen zomer in het Bussemakerhuis.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek