lijfgoed
onzijdig (het)
Wat is de betekenis van lijfgoed?
lijfgoed betekent: kleding die men direct op de huid draagt
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kleding die men direct op de huid draagt
Voorbeelden van "lijfgoed" in een zin
- Vanochtend kwam de boer al om lijfgoed, servies en meubilair op te halen, zoveel dat ik vrees dat wij tot en met het zomerkwartier in Koudum zullen blijven, zonder onderbreking.
- Nooit eerder trok een expositie zoveel bezoekers als die over lingerie en lijfgoed, de afgelopen zomer in het Bussemakerhuis.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek