lijfgoed

onzijdig (het)

Wat is de betekenis van lijfgoed?

lijfgoed betekent: kleding die men direct op de huid draagt

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding die men direct op de huid draagt

Voorbeelden van "lijfgoed" in een zin

  • Vanochtend kwam de boer al om lijfgoed, servies en meubilair op te halen, zoveel dat ik vrees dat wij tot en met het zomerkwartier in Koudum zullen blijven, zonder onderbreking.
  • Nooit eerder trok een expositie zoveel bezoekers als die over lingerie en lijfgoed, de afgelopen zomer in het Bussemakerhuis.