lijk
onzijdig (het)/lɛik/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- dood lichaam, met name van een mensEen lijk noemt men ook wel "een stoffelijk overschot".Je krijgt tien keer een kaart met een half weggeteerd lijk erop en dan moet je dat vooral niet interpreteren als hel en verdoemenis, maar als de kans op een nieuw begin.Voordat ik weer in slaap viel kreeg ik de gedachte aan zeven verschrompelde lijken in gesmolten slaapzakken niet uit mijn hoofd.
zelfstandig naamwoord
- (scheepvaart) tegenwoordig, een zijde van een zeil, vroeger de omzoomde zeilrand (zoomtouw) waarin een touw was ingenaaid
Etymologie
*[B] Voor het eerst aangetroffen in 1592. Etymologie onduidelijk; misschien verwant met Lat. ligare
Uitdrukkingen
- Een levend lijk — Iemand die er heel slecht uitziet
- Over lijken gaan — Desnoods ten koste van de levens van anderen een bepaald doel willen bereiken
- Over mijn lijk! — Dat gaat nooit gebeuren [zolang ik leef dan tenminste]
- lijk in de kast
Vertalingen
Engelscorpse, dead body, cadaver
Franscadavre
DuitsLeiche, Leichnam, Liek
Spaanscadáver
Zweedslik
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek