lijs
mannelijk/vrouwelijk (de)/lɛis/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- suf, traag, sloom persoon
- lange, buigzame popelke avond had het kind een paar lange lijzen in zijn bed geplaatst {{ebank|lijs2
Etymologie
* In de betekenis van ‘suf persoon’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1580
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek