lijs

mannelijk/vrouwelijk (de)/lɛis/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. suf, traag, sloom persoon
  2. lange, buigzame pop
    elke avond had het kind een paar lange lijzen in zijn bed geplaatst {{ebank|lijs2

Etymologie

* In de betekenis van ‘suf persoon’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1580