lijzen

/ˈlɛizə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. zeuren over onbelangrijke dingen, traag met een eentonige wat hoge stem
    En toen John een paar minuten later met Terheide over de ontginning op Toemboek Tinggih sprak, hoorde hij duidelijk het jonkheertje lijzen: ‘Hoe h-é-é-t deze.. e.. affreuze.... man?’

Etymologie

*[zelfstandig naamwoord] lijs met de uitgang -en, waarbij de oorspronkelijke stam op -z weer hoorbaar wordt